De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de vader om de kinderalimentatie voor zijn twee kinderen uit een eerdere relatie te wijzigen naar nihil. De vader ontvangt een ZW-uitkering en is daarnaast onderhoudsplichtig voor drie andere kinderen, wat zijn draagkracht aanzienlijk beperkt. Bovendien is beslag gelegd op zijn uitkering tot aan de beslagvrije voet vanwege schulden.
De moeder verzet zich tegen het verzoek en stelt dat de vader bewust een hoger alimentatiebedrag heeft afgesproken dan zijn draagkracht toeliet en dat een wijziging alleen bij zeer ingrijpende omstandigheden mogelijk is. Ook wijst zij op vermeende vermijdbare schulden en het ontbreken van inzicht in de draagkracht van de andere moeder.
De rechtbank oordeelt dat de gewijzigde omstandigheden, waaronder de geboorte van een nieuw kind en de financiële situatie van de vader, voldoende reden vormen voor herberekening. De draagkracht van de moeder wordt niet erkend vanwege haar bijstandsuitkering. Gezien het beslag op de uitkering en de schulden van de vader acht de rechtbank het onaanvaardbaar dat de alimentatie ongewijzigd blijft.
De alimentatie wordt daarom met terugwerkende kracht per 25 juli 2023 op nihil gesteld. De moeder hoeft eventueel teveel ontvangen alimentatie niet terug te betalen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en beide partijen dragen hun eigen proceskosten.