ECLI:NL:RBDHA:2024:2827
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres stelde dat haar medische situatie, met zowel lichamelijke als psychische klachten, onvoldoende was erkend in het UWV-besluit dat haar geen recht op WIA-uitkering gaf. Zij voerde aan dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) haar beperkingen niet volledig weerspiegelde, met name vanwege bekkeninstabiliteit, incontinentie, PTSS en burn-out.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door verzekeringsartsen, die de klachten en medische dossiers grondig hadden beoordeeld. De beperkingen die in de FML waren opgenomen, waren adequaat gemotiveerd en er was geen aanleiding om het medische oordeel te betwijfelen. Ook de arbeidsdeskundige had de geschiktheid van functies voor eiseres begrijpelijk toegelicht.
Daarnaast wees de rechtbank het beroep af dat het loonindexcijfer van december 2022 in aanmerking moest worden genomen bij de berekening van de verdiencapaciteit. Volgens vaste rechtspraak geldt het indexcijfer van de eerste schatting, hier mei 2022. Zelfs met het latere indexcijfer zou het arbeidsongeschiktheidspercentage onder de 35% blijven.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding voor proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter C.G. Meeder op 16 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het UWV-besluit is ongegrond verklaard en zij krijgt geen WIA-uitkering toegekend.