ECLI:NL:RBDHA:2024:2832
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens vertrek uit Nederland
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Den Haag het beroep van eiser tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen omdat Spanje verantwoordelijk wordt geacht voor de asielaanvraag op grond van het Dublin-verdrag.
De rechtbank heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting en heeft het beroep op ontvankelijkheid getoetst. Uit een bericht van de staatssecretaris bleek dat eiser Nederland zelfstandig heeft verlaten en dat er geen contact meer is tussen eiser en zijn gemachtigde. Op basis van vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt de rechtbank dat eiser daardoor geen procesbelang meer heeft bij een inhoudelijke behandeling van zijn beroep.
Omdat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Tevens wordt het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. Tegen de uitspraak op het voorlopige voorziening verzoek staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.