Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V nummer]
Procesverloop
Overwegingen
De gronden van de maatregel van bewaring
Voortvarendheid
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een vreemdeling van Algerijnse nationaliteit, is op 9 januari 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel is gebaseerd op het risico dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en de uitzettingsprocedure zal belemmeren.
Eiser heeft tegen deze maatregel beroep ingesteld en tevens een verzoek om schadevergoeding gedaan. Tijdens de zitting op 22 januari 2024 heeft de rechtbank vastgesteld dat eiser de gronden voor de bewaring niet heeft betwist. De rechtbank oordeelt dat de motivering en de gronden voldoende zijn om de maatregel te dragen.
Eiser stelde dat verweerder onvoldoende voortvarend was in de uitzettingsprocedure. De rechtbank concludeert echter dat verweerder adequaat heeft gehandeld, onder meer door tijdige communicatie met het Openbaar Ministerie, een vertrekgesprek en een geplande presentatie bij de Algerijnse vertegenwoordiging.
De rechtbank heeft ambtshalve getoetst of de maatregel onrechtmatig was en concludeert dat dit niet het geval is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.