ECLI:NL:RBDHA:2024:2868
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld en overwogen dat de staatssecretaris in het algemeen mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel, waarbij wordt aangenomen dat lidstaten voldoen aan hun internationale verplichtingen en grondrechten respecteren. Eiser stelde dat Frankrijk tekortschiet in opvangvoorzieningen en dat hij bij terugkeer risico loopt op schending van zijn rechten, onder meer door verwijzing naar het AIDA-rapport 2022 en een artikel van april 2023.
De rechtbank oordeelt dat deze argumenten onvoldoende zijn om het vertrouwensbeginsel te doorbreken. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft vergelijkbare rapporten reeds beoordeeld en geen aanleiding gezien voor afwijking. Ook de vrees van eiser voor indirect refoulement is niet onderbouwd en er zijn geen aanwijzingen voor systeemfouten in Frankrijk. Klachten kunnen bij Franse autoriteiten worden ingediend.
Daarom blijft het besluit van de staatssecretaris in stand en wordt het beroep ongegrond verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.