Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.750,-.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, werd op 10 februari 2024 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat zijn verdedigingsbeginsel was geschonden doordat hij niet adequaat met zijn advocaat kon communiceren in het arrestantencomplex Almere. De rechtbank erkende deze beperking maar oordeelde dat dit gebrek niet leidde tot onrechtmatigheid van de maatregel, omdat de belangenafweging in het voordeel van verweerder uitviel.
Verweerder motiveerde de bewaring met het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren. Diverse zware gronden werden onderbouwd, waaronder het ontbreken van een paspoort en het niet naleven van vertrekverplichtingen. Eiser betwistte het zicht op uitzetting naar Algerije, maar de rechtbank concludeerde dat verweerder voldoende voortvarend handelde en dat er zicht op uitzetting bestaat, mede door recente consulaire activiteiten en lp-aanvragen.
De rechtbank wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af, maar veroordeelde verweerder wel tot betaling van de door eiser gemaakte proceskosten van € 1.750,-. De uitspraak werd gedaan door rechter J.G. Nicholson op 22 februari 2024 en is openbaar gemaakt op 6 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.