ECLI:NL:RBDHA:2024:2900

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
29 februari 2024
Publicatiedatum
6 maart 2024
Zaaknummer
NL23.38331, NL23.38333 en NL23.38335
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen asielaanvragen wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland

De zaak betreft drie besluiten van 5 december 2023 waarbij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling heeft genomen op grond van de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling.

Verzoekers hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld en tevens voorlopige voorzieningen gevraagd. De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan.

Eerder, op 23 februari 2024, heeft de rechtbank in vergelijkbare zaken de beroepen ongegrond verklaard. Gezien deze eerdere uitspraak worden de verzoeken om voorlopige voorziening in deze zaken als kennelijk ongegrond afgewezen.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is openbaar en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening worden afgewezen en de asielaanvragen blijven niet in behandeling genomen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL23.38331, NL23.38333 en NL23.38335

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen

[naam verzoekers] , verzoekers

V-nummers: [V-nr.]
(gemachtigde: mr. F.J.M. Schonkeren),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: mr. J.R. Vreijsen).

Procesverloop

Bij drie besluiten van 5 december 2023 (de bestreden besluiten) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van 23 februari 2024, zaaknummers NL23.38330, NL23.38332 en NL23.38334, heeft de rechtbank de beroepen waarop deze voorlopige voorzieningen betrekking hebben ongegrond verklaard. Om die reden zullen de verzoeken om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond worden afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.