ECLI:NL:RBDHA:2024:2907
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en medische situatie
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag.
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt, waarbij Nederland mag vertrouwen op de naleving van unierechtelijke verplichtingen door Duitsland. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen in het Duitse asiel- en opvangsysteem die een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro opleveren.
Ook het beroep op het arrest C.K. over de medische situatie van eiser faalt, omdat de medische stukken geen aanwijzingen geven voor een reëel en bewezen risico op een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van zijn gezondheid bij overdracht aan Duitsland. De staatssecretaris hoefde geen aanvullend medisch onderzoek te verrichten.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit van de staatssecretaris. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.