ECLI:NL:RBDHA:2024:2911
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken van gronden in vreemdelingenzaak
Verzoeker heeft bij de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke op 5 juli 2022 is afgewezen. Tegen dit primaire besluit is bezwaar gemaakt, maar dit bezwaar is op 12 september 2022 niet-ontvankelijk verklaard. Vervolgens heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat het verzoekschrift geen gronden bevatte, wat een vereiste is op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Verzoeker is per aangetekende brief verzocht alsnog binnen twee weken gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard en is het verzoek niet inhoudelijk behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.