ECLI:NL:RBDHA:2024:2917
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening afgewezen wegens ontbreken gronden bij afwijzing verblijfsvergunning
Verzoeker heeft bij besluit van 13 oktober 2022 een afwijzing ontvangen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd. Tegen dit primaire besluit is bezwaar gemaakt en tevens is een verzoek tot voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter heeft het verzoekschrift beoordeeld en vastgesteld dat dit geen gronden bevatte, hetgeen vereist is op grond van de Awb.
De voorzieningenrechter heeft verzoeker bij brief van 16 november 2022 in de gelegenheid gesteld alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie gekomen. Hierdoor is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, wat betekent dat het verzoek niet inhoudelijk is behandeld. Er is geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter W. Anker op 28 februari 2024 en openbaar gemaakt op www.rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.