ECLI:NL:RBDHA:2024:2944
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen WOZ-waarde woning Den Haag
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op €299.000 per 1 januari 2021. Hij stelde een lagere waarde van €282.000 voor en voerde daarnaast aan dat de heffingsambtenaar de toezendplicht had geschonden en dat het inzagerecht niet was nageleefd.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De vergelijkingsobjecten zijn passend gekozen en de verschillen in bouwjaar en ligging zijn adequaat meegenomen. De stelling dat het afnemend grensnut niet is verwerkt, wordt verworpen omdat de vergelijkingsobjecten qua oppervlakte en prijs per vierkante meter vergelijkbaar zijn.
Verder is geen sprake van schending van het inzagerecht, omdat belanghebbende niet is ingegaan op een uitnodiging voor inzage in het relevante dossier. Ook de klacht over het niet verstrekken van bepaalde waardebepalingsgegevens wordt verworpen, omdat de heffingsambtenaar deze niet gebruikt en jurisprudentie bevestigt dat dit geen toezendplichtschending oplevert.
De rechtbank ziet geen schending van het motiveringsbeginsel en concludeert dat het beroep ongegrond is. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €299.000 wordt ongegrond verklaard.