ECLI:NL:RBDHA:2024:2945
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was opgelegd op 22 mei 2023 en opgeheven op 26 februari 2024. De rechtbank beoordeelde of de tenuitvoerlegging van de maatregel voorafgaand aan de opheffing onrechtmatig was en of schadevergoeding toegekend moest worden.
De rechtbank stelde vast dat de maatregel tot het sluiten van een eerder onderzoek op 9 februari 2024 rechtmatig was beoordeeld. De beoordeling richtte zich daarom op de periode van 9 februari tot 26 februari 2024. Eiser stelde dat er geen redelijke belangenafweging had plaatsgevonden en dat de voortzetting onrechtmatig en onredelijk was.
De rechtbank oordeelde dat verweerder een belangenafweging had gemaakt, waarbij rekening was gehouden met de duur van de vrijheidsontneming, het uitblijven van bevestiging van nationaliteit en identiteit, en het feit dat eiser niet meewerkte aan vertrekgesprekken. Verweerder had de maatregel uit eigen beweging opgeheven en de rechtbank achtte deze beslissing goed gemotiveerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.