ECLI:NL:RBDHA:2024:2947
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waardering woning in Den Haag
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waardering van zijn woning in Den Haag, vastgesteld op €210.000 per 1 januari 2021. Hij stelde een lagere waarde van €160.000 voor en voerde aan dat de oppervlakte te laag was vastgesteld en dat de nabijheid van een ondergrondse afvalcontainer onvoldoende was meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld, mede op basis van vergelijkingsobjecten met een hogere vierkantemeterprijs. De vermeende overlast van de afvalcontainer werd niet aannemelijk geacht en viel binnen de marge van waardebepaling.
Verder werd geoordeeld dat het inzagerecht niet was geschonden en dat het ontbreken van een specifieke motivering over het gebruik van de bovenverdieping niet tot een gegrond beroep leidde, mede omdat dit uit het taxatieverslag bleek. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waardering van €210.000 wordt ongegrond verklaard.