ECLI:NL:RBDHA:2024:2954
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van beroepsgronden bij aanvraag verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk te verklaren.
De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en geconstateerd dat het geen gronden van beroep bevatte, terwijl deze volgens artikel 6:5 Awb Pro verplicht zijn. De rechtbank heeft eiser vervolgens per aangetekende brief de gelegenheid gegeven om binnen vier weken alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Op grond hiervan heeft de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 Awb Pro, wat betekent dat het beroep niet inhoudelijk is behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door rechter W. Anker en griffier E.C. Jacobs op 28 februari 2024 en openbaar gemaakt op 6 maart 2024. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden en het niet reageren op verzoek tot aanvulling.