ECLI:NL:RBDHA:2024:2956
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing visum kort verblijf wegens onvoldoende motivering
Eiser, een 62-jarige Syrische arts, vroeg een visum kort verblijf aan om zijn vrouw en kinderen in Nederland te bezoeken. De aanvraag werd afgewezen omdat onvoldoende was aangetoond dat hij een substantiële economische en sociale binding met Syrië heeft, waardoor de terugkeer niet gewaarborgd zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat verweerder ten onrechte niet is ingegaan op medische informatie over de zieke vrouw van eiser die in bezwaar was ingediend. Hoewel eiser voldoende financiële middelen heeft, is de economische en sociale binding met Syrië onvoldoende onderbouwd. Verweerder mocht dit standpunt innemen, maar had de medische stukken moeten betrekken.
Het beroep wordt gegrond verklaard vanwege het motiveringsgebrek, het besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. De rechtbank wijst een proceskostenvergoeding van €1.750 toe aan eiser. Er is geen aanleiding om het visum toe te kennen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en eiser krijgt een proceskostenvergoeding.