ECLI:NL:RBDHA:2024:2958
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen overdracht asielzoeker aan Kroatië op grond van Dublinverordening
Verzoeker is op 4 januari 2024 in bewaring gesteld en zijn asielaanvraag is op 12 februari 2024 niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Verzoeker stelde beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening tegen overdracht.
De voorzieningenrechter constateert dat op grond van de Dublinverordening de overdracht uiterlijk binnen zes weken moet plaatsvinden, in dit geval uiterlijk 7 maart 2024. Gelet op de planning van de zitting op 6 maart 2024 en de onwaarschijnlijkheid dat het beroep binnen de overdrachtstermijn wordt afgehandeld, is er sprake van spoedeisendheid.
Het belang van verzoeker om bij de behandeling van het beroep aanwezig te zijn, weegt zwaarder dan het belang van de staatssecretaris om verzoeker eerder over te dragen. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen en het bestreden besluit geschorst tot een week na de uitspraak in het hoofdberoep.
Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de overdracht aan Kroatië geschorst tot een week na de uitspraak in het hoofdberoep.