ECLI:NL:RBDHA:2024:2963
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van beroepsgronden bij aanvraag verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk te verklaren.
De rechtbank heeft het beroepschrift beoordeeld en vastgesteld dat dit geen gronden bevatte waarop het beroep was gebaseerd. Op grond van artikel 6:5 Awb Pro moeten de gronden van het beroep duidelijk worden vermeld. De rechtbank heeft eiser vervolgens per aangetekende brief de mogelijkheid geboden om alsnog gronden in te dienen, maar hierop is geen reactie ontvangen.
Daarom heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 6:6 Awb Pro, wat betekent dat het beroep niet inhoudelijk is behandeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag en openbaar gemaakt op 28 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.