ECLI:NL:RBDHA:2024:2979
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij beroep tegen weigering verblijfsvergunning
Verzoekster had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het verblijfsdoel uitoefenen van privéleven op grond van artikel 8 EVRM Pro. De staatssecretaris wees deze aanvraag op 29 oktober 2021 af en verklaarde het bezwaar op 13 november 2023 ongegrond.
Verzoekster stelde beroep in bij de rechtbank tegen deze beslissing (zaaknummer AWB 23/13264) en verzocht tevens de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen die de staatssecretaris verbiedt haar uit te zetten totdat op het beroep is beslist.
Op 24 januari 2024 behandelde de rechtbank het beroep en verklaarde dit gegrond, waardoor het bestreden besluit werd vernietigd. Gezien deze uitspraak is een voorlopige voorziening niet langer nodig en wijst de voorzieningenrechter het verzoek af.
De voorzieningenrechter veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 875,-, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Omdat er geen griffierecht is geheven, hoeft dit niet te worden vergoed.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het beroep gegrond is verklaard en het bestreden besluit is vernietigd.