ECLI:NL:RBDHA:2024:3004
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking beroep in vreemdelingenzaak
Verzoeker heeft bij de rechtbank een verzoek ingediend om de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen tot betaling van proceskosten na intrekking van zijn beroep tegen een terugkeerbesluit en inreisverbod. De intrekking volgde nadat verzoeker was uitgezet en het inreisverbod door de staatssecretaris was ingetrokken.
De rechtbank overweegt dat een proceskostenvergoeding alleen kan worden toegekend indien het beroep is ingetrokken vanwege (gedeeltelijke) tegemoetkoming door het bestuursorgaan. In deze zaak heeft de staatssecretaris het inreisverbod ingetrokken na een zienswijze van verzoeker, maar vóór de indiening van het beroep. Hierdoor was het beroep niet de aanleiding voor de intrekking.
Verder weegt de rechtbank mee dat verzoeker in een eerder gehoor weigerde nadere vragen te beantwoorden over het feit dat zijn kinderen in Duitsland wonen, waardoor geen reden bestond om af te zien van het opleggen van het inreisverbod. De rechtbank concludeert dat geen sprake is van tegemoetkoming en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat geen sprake is van tegemoetkoming door de staatssecretaris.