ECLI:NL:RBDHA:2024:3018
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 7 februari 2024 waarin zijn tijdelijke beschermingsstatus per 4 maart 2024 wordt beëindigd. Tijdens de behandeling van het beroep verzoekt hij om een voorlopige voorziening zodat hij zijn tijdelijke bescherming en de daarbij behorende voorzieningen behoudt.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat onverwijlde spoed aanwezig is omdat het bestreden besluit per 4 maart 2024 ingaat en het beroep niet tijdig kan worden behandeld. Gezien het aantal en de aard van de beroepsgronden weegt het belang van verzoeker om de bescherming te behouden zwaarder dan het belang van verweerder om deze per 4 maart te beëindigen.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen door het besluit te schorsen tot uitspraak in het beroep. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875 voor beroepsmatige rechtsbijstand. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt geschorst tot uitspraak in het beroep en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.