Eiser, een Tunesische vreemdeling zonder rechtmatig verblijf in Nederland, werd aangehouden na een melding van winkeldiefstal met geweld en vervolgens in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser voerde aan dat zijn aanhouding discriminerend en onrechtmatig was, en dat de verlenging van de ophouding onterecht was omdat al binnen zes uur informatie uit Eurodac beschikbaar was over zijn asielaanvraag in Duitsland.
De rechtbank oordeelde dat de aanhouding rechtmatig was, omdat deze plaatsvond op strafrechtelijke gronden en de betrokkenheid van de vreemdelingenpolitie gerechtvaardigd was. De verlenging van de ophouding was eveneens gegrond, omdat nader onderzoek naar de verblijfsstatus noodzakelijk was en eiser onvoldoende meewerkte.
De maatregel van bewaring werd gerechtvaardigd geacht vanwege het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken, mede omdat hij zonder paspoort Nederland was binnengekomen en zich niet had gemeld bij de autoriteiten. De rechtbank vond dat een lichter middel niet effectief zou zijn en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.