ECLI:NL:RBDHA:2024:3034
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering voorschot kinderopvangtoeslag te laat ingediend
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de terugvordering van het voorschot kinderopvangtoeslag 2022. Het voorschot was bij besluit van 22 april 2022 vastgesteld op €393,-, waarna terugvordering plaatsvond van reeds uitbetaalde voorschotten voor maart en april 2022. Eiser stelde dat hij financieel niet in staat was de terugvordering te voldoen en verzocht om kwijtschelding, wat verweerder afwees.
Eiser diende het beroep tegen het bestreden besluit echter te laat in, namelijk op 8 juni 2023, buiten de wettelijke termijn van zes weken. Hij voerde verschoonbare termijnoverschrijding aan vanwege financiële problemen en mentale trauma door de uithuisplaatsing van zijn kinderen. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden geen verschoonbare reden vormen, omdat eiser zonder professionele rechtsbijstand tijdig beroep had kunnen instellen en ook na termijnoverschrijding een beroep op betalingsonmacht kon doen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep niet-ontvankelijk is en het bestreden besluit daarmee in stand blijft. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen zes weken na verzending van de uitspraak.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van het voorschot kinderopvangtoeslag is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.