ECLI:NL:RBDHA:2024:3036
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding kindgebonden budget afgewezen
Eiser maakte bezwaar tegen besluiten waarbij voorschotten kindgebonden budget over de jaren 2019 tot en met 2021 werden aangepast vanwege verhuizing naar Aruba en terugvordering van te veel ontvangen bedragen. Het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.
Eiser stelde dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was omdat hij dacht dat het recht op kindgebonden budget bij de definitieve berekening zou worden rechtgetrokken en verzocht om coulance op grond van het evenredigheidsbeginsel. Verweerder handhaafde de niet-ontvankelijkverklaring.
De rechtbank oordeelde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is omdat de besluiten duidelijk maakten dat binnen zes weken bezwaar moest worden gemaakt en eiser geen geldige reden gaf voor het late bezwaar. De rechtbank achtte het niet nodig om inhoudelijk op het bezwaar in te gaan.
Daarnaast gaf de rechtbank aan dat verweerder het Landelijk Incasso Centrum moet contacteren en eiser inzage moet geven in de betalingsregeling, betaal- en verrekenoverzichten en specificatie van invorderingskosten.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg het griffierecht niet terug. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding wordt ongegrond verklaard.