ECLI:NL:RBDHA:2024:3057

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
7 maart 2024
Publicatiedatum
7 maart 2024
Zaaknummer
23.3909
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbArt. 4:17 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen verblijfsvergunning asiel

Eiser diende op 27 augustus 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Nadat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet tijdig een besluit nam, stelde eiser op 13 december 2023 beroep in tegen het uitblijven van een beslissing.

De rechtbank oordeelt dat het beroep niet ontvankelijk is omdat het te vroeg is ingediend. Volgens artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een beroep tegen het niet tijdig beslissen pas worden ingediend nadat het bestuursorgaan in gebreke is gesteld en vervolgens twee weken zijn verstreken. Eiser ontving de ingebrekestelling op 7 december 2023, waardoor de termijn pas op 23 december 2023 verstreek.

Omdat het beroep op 13 december 2023 werd ingediend, voldoet het niet aan de vereisten voor ontvankelijkheid. De rechtbank wijst het beroep af zonder inhoudelijke behandeling en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroeg ingediend beroep.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.39090

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

geboren op [geboortedatum]
van Azerbeidjaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. J. Oosterhof),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris

Procesverloop

Eiser heeft op 27 augustus 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
Eiser heeft op 13 december 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (de staatssecretaris).

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht
(Awb) uitspraak zonder zitting.
2. In artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb is bepaald dat, voor de toepassing
van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit
met een besluit wordt gelijkgesteld.
3. In artikel 6:12, tweede lid, van de Awb, voor zover hier van belang, is bepaald dat
een beroepschrift gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan worden ingediend
zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn
verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
4. De rechtbank stelt vast dat eiser bij brief van 7 december 2023 aan de
staatssecretaris heeft meegedeeld dat hij in gebreke is tijdig een beslissing te nemen op de
aanvraag van 27 augustus 2022. Op grond van artikel 4:17, derde lid van de Awb vangt de
termijn van twee weken als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid van de Awb aan één dag na
ontvangst van de ingebrekestelling, in de situatie van eiser op 8 december 2023. De
rechtbank stelt vast dat de beslistermijn daarom is verstreken op 23 december 2023. Eiser
heeft het beroepschrift ingediend op 13 december 2023. Het beroep voldoet daarom niet aan
de vereisten voor het indienen van een beroep tegen het niet tijdig beslissen, als bedoeld in
artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
5. Het beroep is, gelet op het voorgaande, kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Ketelaars-Mast, rechter, in aanwezigheid van M.A. Postma, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.