ECLI:NL:RBDHA:2024:3075
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid en geen risico op ernstige schade bij terugkeer naar Syrië
Eiser, geboren in Syrië, had eerder een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd die in 2020 verliep. Na terugkeer naar Syrië in 2017 en zes jaar verblijf aldaar, werd zijn verblijfsvergunning ingetrokken omdat hij geen verlenging had aangevraagd. Eiser diende een nieuwe asielaanvraag in die door verweerder als kennelijk ongegrond werd afgewezen vanwege ongeloofwaardige verklaringen over reservistendienst en mogelijke beschuldiging als spion.
De rechtbank toetste terughoudend en oordeelde dat verweerder terecht de verklaringen van eiser ongeloofwaardig vond. Eiser had geen concrete of persoonlijke onderbouwing gegeven voor zijn vrees voor oproep tot reservistendienst en spionagebeschuldiging. Ook het beleid dat teruggekeerde Syriërs die zonder problemen zes jaar in Syrië verbleven geen risico lopen op ernstige schade, werd niet als kennelijk onredelijk beoordeeld.
Eiser voerde aan dat het besluit willekeurig was en dat verweerder niet alle relevante factoren had betrokken, maar de rechtbank vond dat verweerder deze factoren wel degelijk had meegewogen. Het feit dat eiser zijn paspoort had vernietigd en geen objectief bewijs kon leveren voor zijn stellingen, speelde mee in de afwijzing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een vergoeding van proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard en de aanvraag als kennelijk ongegrond afgewezen.