ECLI:NL:RBDHA:2024:3078
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in bestuursrechtelijke hoofdzaak
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. C.G. Meeder, rechter in de rechtbank Den Haag, in een bestuursrechtelijke zaak tussen verzoeker en de Sociale Verzekeringsbank. Het verzoek werd ingediend nadat in de hoofdzaak al een einduitspraak was gedaan.
De wrakingskamer oordeelde dat een rechter alleen gewraakt kan worden indien er concrete, bijzondere omstandigheden zijn die de onpartijdigheid van de rechter in ernstige mate in twijfel trekken. Daarbij geldt een vermoeden van onpartijdigheid van de rechter. Omdat het wrakingsverzoek pas na de einduitspraak in de hoofdzaak werd ingediend, voorziet de wet niet in de ontvankelijkheid van een dergelijk verzoek.
De wrakingskamer verklaarde het verzoek daarom niet-ontvankelijk en zag geen reden tot mondelinge behandeling. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken en is niet vatbaar voor beroep of hoger beroep.
Uitkomst: Wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de hoofdzaak al is afgerond met een einduitspraak.