ECLI:NL:RBDHA:2024:3080

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 maart 2024
Publicatiedatum
8 maart 2024
Zaaknummer
C/09/661653/KG RK 24-234 en C/09/661666 / KG RK 24-235
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:18 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in bestuursrechtelijke hoofdzaken

Op 5 maart 2024 heeft de meervoudige wrakingskamer van de Rechtbank Den Haag een wrakingsverzoek behandeld van een verzoeker die de rechter in twee bestuursrechtelijke hoofdzaken wilde wraken. Het verzoek betrof de zaken tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag.

De wrakingskamer overwoog dat een rechter alleen kan worden gewraakt indien concrete, bijzondere omstandigheden een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid opleveren. Daarbij geldt de uitgangspositie dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn. Cruciaal was dat het wrakingsverzoek pas werd ingediend nadat in de hoofdzaken al een einduitspraak was gedaan.

De wet voorziet niet in de mogelijkheid om een wrakingsverzoek in te dienen nadat een einduitspraak is gewezen. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Een mondelinge behandeling van het verzoek vond niet plaats omdat de wet dit alleen toelaat bij debat over de gegrondheid van het verzoek, wat hier niet aan de orde was.

De wrakingskamer besloot het verzoeker niet-ontvankelijk te verklaren en gaf opdracht tot toezending van de beslissing aan verzoeker en de rechter. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat de einduitspraak in de hoofdzaken reeds is gedaan.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Wrakingskamer
wrakingnummers: 2024/9 en 2024/10
zaak- /rekestnummers: C/09/661653 / KG RK 24-234 en C/09/661666 / KG RK 24-235
Beslissing van 5 maart 2024
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker] ,
wonende te [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. M.A. Dirks,
rechter in deze rechtbank,
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het schriftelijke wrakingsverzoek, ingekomen ter griffie van de wrakingskamer op 16 januari 2024.

2.Het wrakingsverzoek

Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer SGR 19/6969V tussen verzoeker en de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de zaak met nummer SGR 20/1039 V tussen verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag (hierna: de hoofdzaken).

3.De beoordeling

3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij of zij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem of haar bekend zijn geworden.
3.2.
Het verzoek is gedaan nadat de rechter in de hoofdzaken einduitspraak heeft gedaan. De wet voorziet echter niet in de mogelijkheid van wraking nadat einduitspraak is gedaan in de zaak van verzoeker. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
4.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het wrakingsverzoek;
4.2.
beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 8:18, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht wordt toegezonden aan:
• de verzoeker;
• de rechter.
Deze beslissing is gegeven door mrs. S.M. Krans, A.M.A. Keulen en S.M. Westerhuis-Evers, in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.L. van Nooijen-Kühler en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2024.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.