ECLI:NL:RBDHA:2024:3080
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek na einduitspraak in bestuursrechtelijke hoofdzaken
Op 5 maart 2024 heeft de meervoudige wrakingskamer van de Rechtbank Den Haag een wrakingsverzoek behandeld van een verzoeker die de rechter in twee bestuursrechtelijke hoofdzaken wilde wraken. Het verzoek betrof de zaken tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag.
De wrakingskamer overwoog dat een rechter alleen kan worden gewraakt indien concrete, bijzondere omstandigheden een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid opleveren. Daarbij geldt de uitgangspositie dat rechters worden vermoed onpartijdig te zijn. Cruciaal was dat het wrakingsverzoek pas werd ingediend nadat in de hoofdzaken al een einduitspraak was gedaan.
De wet voorziet niet in de mogelijkheid om een wrakingsverzoek in te dienen nadat een einduitspraak is gewezen. Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Een mondelinge behandeling van het verzoek vond niet plaats omdat de wet dit alleen toelaat bij debat over de gegrondheid van het verzoek, wat hier niet aan de orde was.
De wrakingskamer besloot het verzoeker niet-ontvankelijk te verklaren en gaf opdracht tot toezending van de beslissing aan verzoeker en de rechter. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat de einduitspraak in de hoofdzaken reeds is gedaan.