ECLI:NL:RBDHA:2024:3093
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening gecombineerde vergunning verblijf en arbeid
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van 22 mei 2023 van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarin de aanvraag voor een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA) voor een specifieke functie bij een bedrijf werd afgewezen.
De voorzieningenrechter heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting, aangezien dat in deze zaak niet noodzakelijk werd geacht. Op dezelfde dag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het hoofdberoep onder zaaknummer NL23.35255.
Gezien deze uitspraak acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening overbodig en wijst het verzoek af. Tevens hoeft de staatssecretaris de proceskosten van verzoeker niet te vergoeden. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.