Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 8 februari 2024 waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep op 29 februari 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen. Eiser had geen beroepsgronden in het beroepschrift vermeld, ondanks een verzoek van de rechtbank om deze alsnog in te dienen.
De rechtbank oordeelt dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die een gedwongen overdracht naar Duitsland zouden verbieden op grond van artikel 3 EVRM Pro, zoals bedoeld in het arrest Bahaddar. Daarom wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier S.S. van der Velde en is openbaar gemaakt op 4 maart 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.