ECLI:NL:RBDHA:2024:3100
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier onbepaalde tijd wegens Nederland niet meest aangewezen land
Eiseres, geboren in Kenia in 1998, heeft tussen 2005 en 2014 rechtmatig in Nederland verbleven en verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd op grond van de terugkeeroptie. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat Nederland niet het meest aangewezen land voor haar is. Eiseres betwist dit en stelt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met haar persoonlijke omstandigheden en had moeten toetsen op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank erkent de moeilijke situatie van eiseres en haar zus bij terugkeer naar Kenia, waaronder het ontbreken van onderwijs en toekomstperspectief, en de kwetsbaarheid van de minderjarige meisjes. Desondanks concludeert de rechtbank dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat Nederland niet het meest aangewezen land is, mede omdat eiseres het grootste deel van haar leven in Kenia heeft doorgebracht, daar familie woont en zij geen pogingen heeft ondernomen om terug te keren toen zij meerderjarig werd.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder niet ambtshalve hoefde te toetsen op een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM Pro, omdat het hier een aanvraag voor onbepaalde tijd betreft en de relevante bepalingen in het Vreemdelingenbesluit dat niet vereisen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft van kracht en eiseres krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft van kracht.