ECLI:NL:RBDHA:2024:3102
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wegens Nederland niet meest aangewezen land
Eiseres, geboren in Kenia in 1997, heeft tussen 2005 en 2014 rechtmatig in Nederland verbleven en vroeg in 2022 een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd aan op grond van de terugkeeroptie. De aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen omdat Nederland niet het meest aangewezen land voor haar is.
Eiseres betoogde dat zij en haar zus destijds gedwongen werden terug te keren naar Kenia en dat Nederland het meest aangewezen land is vanwege hun langdurige verblijf, de kwetsbare situatie bij terugkeer en het wegvallen van toekomstperspectief in Kenia. Ook stelde zij dat verweerder had moeten toetsen op grond van artikel 8 EVRM Pro of een verblijfsrecht kon worden verleend.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat Nederland niet het meest aangewezen land is, omdat eiseres het grootste deel van haar leven in Kenia heeft gewoond, daar familie heeft, een gezin is gestart en geen pogingen heeft ondernomen om terug te keren naar Nederland. De financiële en sociale omstandigheden in Kenia en Nederland werden meegewogen. Het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd verworpen omdat het hier ging om een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd en verweerder niet ambtshalve hoefde door te toetsen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het bestreden besluit en wees terugbetaling van griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd wordt ongegrond verklaard.