ECLI:NL:RBDHA:2024:3109
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit staatssecretaris
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een uitzettingsbesluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en tegelijkertijd verzocht om een voorlopige voorziening die de uitzetting zou schorsen totdat op het bezwaar is beslist. De staatssecretaris verklaarde het bezwaar ongegrond en maakte verzoeker duidelijk dat hij de behandeling van het beroep niet in Nederland mocht afwachten. Verzoeker stelde vervolgens beroep in tegen dit besluit. De voorzieningenrechter verstond het verzoek om voorlopige voorziening als een verzoek om uitstel van uitzetting tot het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist, maar aangezien het beroep inmiddels ongegrond is verklaard, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek werd daarom afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A. Nieuwenhuis en griffier P.C.J. Lindeijer en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de uitzetting wordt afgewezen omdat het beroep ongegrond is verklaard.