ECLI:NL:RBDHA:2024:3111
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf gezinshereniging
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling toe.
Verweerder had op grond van de Vreemdelingenwet 2000 binnen 90 dagen moeten beslissen, met een verlenging van drie maanden, waardoor de uiterste beslistermijn op 15 mei 2023 lag. Deze termijn is verstreken zonder besluit. Eiser stelde verweerder rechtsgeldig in gebreke en diende tijdig beroep in. De rechtbank acht het beroep kennelijk gegrond.
Gezien de bijzondere omstandigheden rond aanvragen van houders van een asielvergunning voor gezinshereniging, legt de rechtbank een langere beslistermijn op dan de standaard twee weken. De rechtbank bepaalt een termijn van twintig weken waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd voor overschrijding van deze termijn.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser, vastgesteld op €437,50. De uitspraak is gedaan door rechter W. Anker en openbaar gemaakt op 11 maart 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een nadere beslistermijn van twintig weken op met een dwangsom bij overschrijding.