Uitspraak
Beschikking op het op 22 augustus 2022 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoekster] en
[naam 1],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap van twee kinderen, geboren uit een vader die in 1997 de Portugese nationaliteit verkreeg. De vader had eerder de Nederlandse nationaliteit verkregen, maar verloor deze volgens de rechtbank door het vrijwillig verkrijgen van een vreemde nationaliteit, zoals bepaald in artikel 15 onder Pro a (oud) RWN.
Verzoekers stelden dat de kinderen via erkenning Nederlander zijn en dat de vader het Nederlanderschap niet verloor vanwege een latere wetswijziging die het verlies bij verkrijging van de nationaliteit van de echtgenoot uitsluit. De rechtbank oordeelde echter dat deze wetswijziging geen terugwerkende kracht heeft en dat de vader op het moment van de geboorte van de kinderen geen Nederlander meer was.
De rechtbank verwierp ook het beroep op het vertrouwensbeginsel, omdat de verkrijging en het verlies van het Nederlanderschap limitatief in de Rijkswet op het Nederlanderschap zijn geregeld. Het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap werd daarom afgewezen. Tevens werd het verzoek tot veroordeling van de Staat in proceskosten afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap van de kinderen wordt afgewezen omdat de vader het Nederlanderschap verloor door vrijwillige verkrijging van de Portugese nationaliteit vóór hun geboorte.