ECLI:NL:RBDHA:2024:3235
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin haar aanvraag voor een WIA-uitkering werd afgewezen. Zij stelt dat haar klachten en beperkingen, waaronder collageenziekte, epicondylitis medialis, scoliose, hypermobiliteit en het Raynaud-fenomeen, onvoldoende zijn meegewogen en dat de functies die haar zijn toegerekend niet passend zijn.
De rechtbank overweegt dat het UWV de medische situatie van eiseres zorgvuldig heeft onderzocht aan de hand van rapporten van primaire en bezwaar- en beroepsverzekeringsartsen, die geen aanleiding gaven tot het aannemen van extra beperkingen. De rechtbank acht de motivering van het UWV overtuigend en wijst erop dat verergering van klachten niet automatisch leidt tot meer beperkingen.
Ook de beoordeling van de geschiktheid van de functies inpakker, productiemedewerker industrie en administratief ondersteunend medewerker is volgens de rechtbank terecht, waarbij de specifieke hand- en vingerbeperkingen van eiseres niet leiden tot overschrijding van haar belastbaarheid.
Eiseres heeft ter zitting het systeem van WIA-toekenning bekritiseerd als onrechtvaardig, maar de rechtbank benadrukt dat zij haar uitspraak moet baseren op de wet. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.