ECLI:NL:RBDHA:2024:3238
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van zelfstandige werkzaamheden bij berekening WIA-uitkering maart 2021
Eiser ontvangt sinds september 2019 een WIA-uitkering en gaf aan vanaf april 2021 als zelfstandige te gaan werken. Verweerder berekende de WIA-uitkering definitief over maart tot en met december 2021, waarbij werd vastgesteld dat eiser te veel voorschot had ontvangen en dit moest terugbetalen.
Eiser stelde dat de zelfstandige werkzaamheden pas in april 2021 waren begonnen en dat in maart 2021 geen werkzaamheden of kosten waren geweest. Hij diende een gewijzigde aangifte inkomstenbelasting in, maar kon dit niet met bewijs onderbouwen. Verweerder baseerde zich op gegevens van de Belastingdienst en een factuur die werkzaamheden in week 13 (29 maart - 4 april) betrof.
De rechtbank stelde vast dat week 13 ook drie dagen in maart omvatte en dat eiser niet had aangetoond dat hij uitsluitend in april had gewerkt. De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht de inkomsten over maart 2021 had betrokken bij de uitkeringsberekening.
Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en hij kreeg geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter M.P. Verloop op 2 februari 2024.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de inkomsten van maart 2021 worden terecht betrokken bij de WIA-uitkeringsberekening.