Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[naam eiser 1], eiser 1
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag heeft op 6 maart 2024 uitspraak gedaan in zaken waarin een gezin beroep instelde tegen het niet in behandeling nemen van hun asielaanvragen door de Nederlandse staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De staatssecretaris baseerde dit op de Dublinverordening, waarbij Duitsland als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen. Eisers voerden aan dat Duitsland niet ondubbelzinnig had ingestemd met de Dublinclaim voor de oudste zoon en dat zij in Duitsland mensonterend waren behandeld, waaronder gedwongen vingerafdrukken en het ontkleden bij controles.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake is van structurele tekortkomingen in Duitsland die het interstatelijk vertrouwensbeginsel ondermijnen. De aanvaarding van het terugnameverzoek door Duitsland is rechtsgeldig en eisers kunnen daar asiel aanvragen. De rechtbank vond ook dat de belangen van de minderjarige kinderen voldoende zijn meegewogen, ondanks het tijdsverloop en het gestart medische traject. Er is geen reden om Nederland als verantwoordelijke aan te wijzen.
Verder concludeerde de rechtbank dat de verklaringen van eisers over discriminatie en familiebanden in Nederland onvoldoende zijn om toepassing van uitzonderingsbepalingen in de Dublinverordening te rechtvaardigen. Ook de noodzaak van een warme overdracht wordt erkend, maar dit is een voorwaarde van de Duitse autoriteiten die de staatssecretaris zal uitvoeren. De beroepen zijn daarom ongegrond verklaard en de bestreden besluiten blijven in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen worden ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland blijft in stand.