ECLI:NL:RBDHA:2024:3319
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling afgewezen
Eiser, een Surinaamse vreemdeling, is op 12 januari 2024 een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Hij heeft tegen het voortduren van deze maatregel beroep ingesteld en tevens een verzoek om schadevergoeding gedaan.
De rechtbank heeft het onderzoek schriftelijk afgedaan zonder zitting en heeft het onderzoek op 1 maart 2024 gesloten. De toetsing richt zich op de periode vanaf 23 januari 2024, het moment waarop het eerdere onderzoek werd gesloten. Eiser stelt dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt bij de uitzetting, omdat na vaststelling van zijn nationaliteit door Surinaamse autoriteiten op 5 februari 2024 acht dagen verstreken zonder verdere stappen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld, onder meer door meerdere vertrekgesprekken en het boeken van een vlucht met vertrekdatum 29 februari 2024. Het vermoeden van eiser dat hij eerder had kunnen worden uitgezet is speculatief en onvoldoende onderbouwd. De maatregel van bewaring is niet onrechtmatig gebleken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.