ECLI:NL:RBDHA:2024:3321
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense verzoeker
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 7 februari 2024 waarin aan hem werd meegedeeld dat zijn tijdelijke bescherming per 4 maart 2024 zou eindigen. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat hij tijdens de behandeling van het beroep zijn tijdelijke beschermingsstatus en de daarbij behorende voorzieningen behoudt.
De voorzieningenrechter overweegt dat het verzoek onverwijlde spoed heeft omdat de tijdelijke bescherming na 4 maart 2024 eindigt en het beroep niet tijdig kan worden behandeld. Gelet op het aantal en de aard van de beroepsgronden weegt het belang van verzoeker om de voorzieningen te behouden zwaarder dan het belang van verweerder om deze per 4 maart te beëindigen.
Daarom wordt het verzoek bij wijze van ordemaatregel toegewezen en het bestreden besluit geschorst totdat op het beroep is beslist. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.