ECLI:NL:RBDHA:2024:3323
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense verzoeker
Verzoeker is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geïnformeerd dat zijn tijdelijke beschermingsstatus per 4 maart 2024 eindigt. Hiertegen is beroep ingesteld en verzoek om een voorlopige voorziening gedaan om de bescherming en bijbehorende voorzieningen te behouden gedurende de beroepsprocedure.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onverwijlde spoed aanwezig is omdat de bescherming eindigt voordat het beroep kan worden behandeld. Gezien het aantal en de aard van de beroepsgronden weegt het belang van verzoeker om de voorzieningen te behouden zwaarder dan het belang van verweerder om deze direct te beëindigen.
Daarom wordt het bestreden besluit geschorst tot de uitspraak in het beroep. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 875, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht voor rechtsbijstand door een derde.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet. De zaak betreft toepassing van de richtlijn tijdelijke bescherming voor ontheemden uit Oekraïne, conform EU-richtlijn 2001/55/EG en het uitvoeringsbesluit 2022/382.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke beschermingsstatus wordt geschorst tot uitspraak in het beroep.