Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2024:3336

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
22 februari 2024
Publicatiedatum
13 maart 2024
Zaaknummer
C/09/661202 / JE RK 24-248
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige wegens ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling om een machtiging te verkrijgen voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige die sinds november 2023 op een open groep verblijft. Er zijn ernstige zorgen over zijn ontwikkeling en veiligheid, waaronder weglopen, agressief gedrag, middelengebruik en betrokkenheid bij een drillrapgroep. De minderjarige toont weinig zelfinzicht en onttrekt zich aan de hulpverlening.

De moeder heeft het contact met de huidige jeugdbeschermer verbroken vanwege ondermijning van haar gezag en onbetrouwbare afspraken. De advocaat van de minderjarige verzet zich tegen een machtiging van zes maanden en verzoekt om een kortere termijn van drie maanden met evaluatie.

De kinderrechter oordeelt dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is om de minderjarige te beschermen tegen zichzelf en verdere achteruitgang te voorkomen. Gezien de ernst van de situatie en het gebrek aan minder ingrijpende alternatieven wordt de machtiging voor zes maanden verleend. De beschikking is op 22 februari 2024 mondeling gegeven en op 12 maart 2024 schriftelijk vastgesteld.

Uitkomst: Machtiging voor gesloten jeugdhulp wordt verleend voor de duur van zes maanden.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/661202 / JE RK 24-248
Datum uitspraak: 22 februari 2024
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
advocaat: mr. S.M. Hoogenraad te Zoetermeer.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
Bij beschikking van 9 februari 2024 is een spoedmachtiging verleend om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van 9 februari 2024 tot 23 februari 2024. Het verzoek is voor het overige aangehouden.
1.2.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling, waaronder nu ook:
- de beschikking van 9 februari 2024;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 16 februari 2024.
1.3.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 22 februari 2024. Daarbij waren aanwezig:
  • [naam] , een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling;
  • [minderjarige] met zijn advocaat;
- de moeder, ondersteund door haar partner.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover – in aanwezigheid van zijn advocaat – een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
[minderjarige] verblijft in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, te weten bij Harreveld.
2.2.
Voor de overige feiten verwijst de kinderrechter naar de beschikking van 9 februari 2024.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt een machtiging om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van zes maanden.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. [minderjarige] verblijft sinds november 2023 op een open groep van Jeugdformaat. In korte tijd zijn er grote zorgen ontstaan over de ontwikkeling en veiligheid van [minderjarige] . [minderjarige] onttrekt zich aan de hulpverlening, laat zelfbepalend gedrag zien, is steeds lastiger te sturen en te motiveren. [minderjarige] is de afgelopen periode een aantal keer weggelopen, waarbij hij soms een week vermist is geweest. Het is onbekend waar en bij wie [minderjarige] dan verblijft. [minderjarige] ziet de zorgen niet in en meent dat hij geen hulpverlening nodig heeft. Tijdens gesprekken met de groepsleiding wordt gezien dat [minderjarige] snel boos is, wat hij laat zien met verbale en fysieke agressie. Ook zijn er zorgen over het middelengebruik van [minderjarige] en zijn sociale contacten. [minderjarige] is opgedoken in een drillrapvideo. De gecertificeerde instelling vermoedt dat [minderjarige] zich weer heeft aangesloten bij een drillrapgroep, terwijl er eerder grote zorgen waren over de dreiging van een aanslag op zijn leven. Daarnaast heeft de school aangegeven dat [minderjarige] zich bezig houdt met het rondbrengen van pakketjes. [minderjarige] lijkt op dit moment snel af te glijden en zoekt bewust of onbewust onveilige situaties op. De gecertificeerde instelling is het zicht op [minderjarige] volledig kwijt omdat de jeugdbeschermer niet met hem in contact komt en er geen veiligheidsafspraken te maken zijn. Een gesloten machtiging is nodig om [minderjarige] tegen zichzelf in bescherming te nemen. De gecertificeerde instelling heeft verder ter zitting naar voren gebracht dat de moeder geen contact wenst met de huidige jeugdbeschermer. De huidige jeugdbeschermer zal op 1 mei 2024 vervangen worden door een nieuwe jeugdbeschermer.

4.De standpunten

De moeder heeft zich niet uitdrukkelijk uitgelaten over het verzoek. De moeder heeft ter zitting naar voren gebracht dat zij het contact met de huidige jeugdbeschermer al enige tijd heeft verbroken. De huidige jeugdbeschermer heeft het gezag van de moeder namelijk ondermijnd door achter haar rug om zaken te regelen en andere afspraken te maken met [minderjarige] . De moeder wil daarom geen contact meer met de huidige jeugdbeschermer. Ook aan [minderjarige] worden dingen beloofd die de jeugdbeschermer niet waarmaakt. De moeder begrijpt dat dit [minderjarige] frustreert, hoewel ze zijn gedrag niet goed praat.
4.1.
Door en namens [minderjarige] is verweer gevoerd tegen het verzochte. De advocaat verzoekt primair om de gesloten machtiging slechts te verlenen voor de duur van drie maanden en het verzoek af te wijzen voor het overige. Subsidiair verzoekt de advocaat de gesloten machtiging slechts te verlenen voor de duur van drie maanden en het verzoek aan te houden voor het overige, zodat er over drie maanden een nieuwe evaluatie volgt. Daartoe heeft de advocaat aangevoerd dat een gesloten machtiging een ingrijpend middel is dat enkel als laatste redmiddel ingezet kan worden. [minderjarige] is erg geschrokken van de gesloten plaatsing op Harreveld. [minderjarige] heeft een belast verleden en liet juist hele positieve stappen zien. Volgens [minderjarige] zijn de zorgen gebaseerd op aannames en veroordelen, maar klopt hier niets van. [minderjarige] is bereid om mee te werken en wil weten waar hij aan toe is en wat er van hem wordt verwacht. Daartoe zal er op korte termijn een gesprek gepland moeten worden. Zelf heeft [minderjarige] naar voren gebracht dat hij niet begrijpt waarom een gesloten machtiging nodig is. Het gaat gewoon goed met hem. Hij erkent dat hij moeite heeft met het houden aan regels en afspraken, maar dat hoeft niet vanuit de geslotenheid aangepakt te worden. [minderjarige] wil geen contact meer met zijn huidige jeugdbeschermer.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen (artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw)).
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. Er zijn grote zorgen over de ontwikkeling en veiligheid van [minderjarige] . [minderjarige] heeft een belast verleden en leek in de opvoedsituatie bij zijn voormalige pleegmoeder positieve stappen te zetten. De pleegzorgplaatsing is echter beëindigd, waarna [minderjarige] op een open groep is geplaatst. Op de open groep laat [minderjarige] zich niet aansturen en houdt hij zich niet aan de gemaakte afspraken. De afgelopen maanden is hij meermaals weggelopen, waarbij hij onbereikbaar was en niet duidelijk was waar en met wie hij was. Daarnaast komen er zorgelijke signalen naar voren vanuit school, waarbij gezien zou zijn dat [minderjarige] pakketjes rondbrengt. Ook zijn er zorgen dat [minderjarige] weer actief is in de drillrapscène, omdat hij is opgedoken in een videoclip. [minderjarige] gaat niet meer naar school, hij blowt en hij onttrekt zich aan de hulpverlening. [minderjarige] lijkt terecht te zijn gekomen in een negatieve spiraal. Er is gegronde vrees dat hij zichzelf in onveilige situaties brengt. Om zijn veiligheid te waarborgen is het dan ook noodzakelijk dat hij langer op een gesloten groep blijft, waar hij duidelijke kaders en structuur krijgt. Daarbij is het belangrijk dat hij passende hulpverlening krijgt. Gelet op de ernst van de zorgen en het gebrek aan zelfinzicht en motivatie van [minderjarige] , vindt de kinderrechter de verzochte duur van zes maanden passend en geboden. De kinderrechter zal de machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp daarom verlenen voor de periode van zes maanden.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verleent een machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 22 februari 2024 tot 22 augustus 2024.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2024 door mr. E.M.M. Engbers, kinderrechter, in aanwezigheid van I.M. Kroon als griffier, en op schrift gesteld op 12 maart 2024.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.