De kinderrechter van de rechtbank Den Haag heeft op 22 februari 2024 uitspraak gedaan over het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige. De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling voor een jaar en een machtiging tot uithuisplaatsing in een pleegzorgvoorziening voor zes maanden.
De minderjarige woont sinds de geboorte bij de moeder in een moeder-kindhuis, waar de moeder liefdevolle basale verzorging biedt. Er zijn echter ernstige zorgen over de emotionele verzorging en veiligheid, mede door de problematiek van de moeder, haar beperkte netwerk en conflicten met de vader. De moeder accepteert onvoldoende hulp en begeleiding, waardoor het moeder-kindhuis de plaatsing beëindigt.
De kinderrechter oordeelt dat verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om toezicht te houden op de ontwikkeling van de minderjarige en de juiste hulpverlening te waarborgen. Tevens is uithuisplaatsing in een netwerkpleeggezin noodzakelijk voor de veiligheid van de minderjarige en om de moeder ruimte te geven aan haar problemen te werken.
De beschikking verlengt de ondertoezichtstelling tot 10 maart 2025 en verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van 10 maart 2024 tot 10 september 2024. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en kan binnen drie maanden worden aangevochten.