ECLI:NL:RBDHA:2024:3382
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Duitsland als verantwoordelijke lidstaat
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft beoordeeld of de staatssecretaris voldoende rekening heeft gehouden met de psychische problemen van eiser en of dit aanleiding had moeten geven om de aanvraag toch inhoudelijk te behandelen. Eiser stelde dat hij ernstige depressieve klachten en suïcidale gedachten heeft, gerelateerd aan zijn situatie in Duitsland, en dat de staatssecretaris advies had moeten inwinnen bij het Bureau Medische Advisering (BMA).
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende medische onderbouwing heeft geleverd dat hij onder specialistische behandeling staat, zodat de staatssecretaris niet verplicht was advies in te winnen. Ook is niet gebleken dat overdracht aan Duitsland een reëel risico op ernstige en onomkeerbare verslechtering van zijn gezondheidstoestand oplevert. De rechtbank verwierp het beroep en bevestigde dat de asielaanvraag terecht niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag wordt terecht niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is.