ECLI:NL:RBDHA:2024:3409
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening ter behoud tijdelijke beschermingsstatus na beëindiging
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan over het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen het besluit van 7 februari 2024, waarbij de tijdelijke bescherming van verzoeker is beëindigd per 4 maart 2024.
Verzoeker had beroep ingesteld tegen dit besluit en verzocht om behoud van de tijdelijke beschermingsstatus gedurende de behandeling van het beroep. De voorzieningenrechter oordeelde dat onverwijlde spoed aanwezig was, omdat het beroep niet tijdig kon worden afgehandeld voor het einde van de bescherming.
De belangenafweging leidde tot het oordeel dat het belang van verzoeker om de voorzieningen te behouden zwaarder weegt dan het belang van de staatssecretaris om deze direct te beëindigen. Daarom werd het bestreden besluit geschorst totdat op het beroep is beslist.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter W. Anker en is onherroepelijk, aangezien hoger beroep of verzet niet openstaan.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke beschermingsstatus wordt geschorst totdat op het beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.