ECLI:NL:RBDHA:2024:3410
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tot behoud tijdelijke beschermingsstatus na beëindiging
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 7 februari 2024 waarin de tijdelijke bescherming is beëindigd per 4 maart 2024. Verzoeker verzocht tevens om een voorlopige voorziening om zijn tijdelijke beschermingsstatus en de daaraan verbonden voorzieningen te behouden gedurende de beroepsprocedure.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onverwijlde spoed aanwezig is omdat de bescherming na 4 maart 2024 eindigt terwijl het beroep nog niet is behandeld. Gezien het aantal en de aard van de beroepsgronden is het niet mogelijk het beroep tijdig af te handelen. Het belang van verzoeker bij het behoud van de bescherming weegt zwaarder dan het belang van verweerder bij onmiddellijke beëindiging.
Daarom wordt het bestreden besluit geschorst totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt geschorst tot uitspraak op het beroep.