ECLI:NL:RBDHA:2024:3414
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- *****
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening ter behoud tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Verzoeker, een derdelander uit Oekraïne, kreeg tijdelijke bescherming die volgens het bestreden besluit van 21 februari 2024 zou eindigen na 4 maart 2024. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening om zijn tijdelijke beschermingsstatus en de daarbij behorende voorzieningen te behouden gedurende de beroepsprocedure.
De voorzieningenrechter oordeelde dat onverwijlde spoed aanwezig was omdat het beroep niet kan worden afgewikkeld vóór het einde van de beschermingsstatus. Gezien het belang van verzoeker om de voorzieningen te behouden en de aard en omvang van de beroepsgronden, woog dit zwaarder dan het belang van verweerder om de voorzieningen per direct te beëindigen.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen door het bestreden besluit te schorsen totdat uitspraak op het beroep is gedaan. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan verzoeker, vastgesteld op € 875, conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter en is onherroepelijk; hoger beroep of verzet is niet mogelijk. De zaak betreft toepassing van Europese richtlijnen en uitvoeringsbesluiten inzake tijdelijke bescherming van ontheemden uit Oekraïne.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming is geschorst en verweerder is veroordeeld tot betaling van proceskosten.