ECLI:NL:RBDHA:2024:3415
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense verzoeker
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker, een Oekraïense derdelander, bezwaar gemaakt tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin zijn tijdelijke beschermingsstatus per 4 maart 2024 werd beëindigd. De verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd om gedurende de behandeling van het beroep zijn tijdelijke bescherming en de daaraan verbonden voorzieningen te behouden.
De voorzieningenrechter heeft buiten zitting geoordeeld dat onverwijlde spoed aanwezig is, omdat het beroep niet kan worden afgerond voordat de tijdelijke beschermingsstatus eindigt. Gezien het gewicht van de belangen van de verzoeker, die zijn rechten en voorzieningen wil behouden zolang het beroep loopt, weegt dit zwaarder dan het belang van de staatssecretaris om de bescherming per 4 maart 2024 te beëindigen.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen en is het bestreden besluit geschorst totdat op het beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875 volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter B.F.Th. de Roos en is bindend; tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. De zaak betreft toepassing van Europese richtlijnen en uitvoeringsbesluiten ter bescherming van ontheemden uit Oekraïne.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming is geschorst totdat op het beroep is beslist.