ECLI:NL:RBDHA:2024:3417
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening ter behoud tijdelijke bescherming Oekraïense verzoeker
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker, een Oekraïense derdelander, bezwaar gemaakt tegen het besluit van 7 februari 2024 waarbij zijn tijdelijke beschermingsstatus per 4 maart 2024 zou eindigen. De verzoeker heeft tevens een voorlopige voorziening gevraagd om tijdens de beroepsprocedure zijn tijdelijke bescherming en de daarbij behorende voorzieningen te behouden.
De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond is, omdat het beroep niet kan worden behandeld voordat de tijdelijke beschermingsstatus eindigt. Het belang van de verzoeker om de voorzieningen te behouden weegt zwaarder dan het belang van de staatssecretaris om deze na 4 maart 2024 te beëindigen. Er is sprake van onverwijlde spoed.
Daarom is het bestreden besluit geschorst totdat op het beroep is beslist. Tevens is de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de verzoeker, vastgesteld op € 875. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming is geschorst totdat op het beroep is beslist.