ECLI:NL:RBDHA:2024:3419
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afwijzing asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 19 januari 2024, waarin zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond werd afgewezen. De rechtbank heeft het beroep behandeld op 7 maart 2024 in Breda, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet zijn verschenen. De gemachtigde heeft verklaard sinds 23 februari 2024 geen contact meer te hebben met eiser, die op 1 maart 2024 met onbekende bestemming is vertrokken.
De rechtbank concludeert op basis van deze feiten dat eiser kennelijk geen prijs stelt op internationale bescherming in Nederland en daardoor geen belang meer heeft bij de beoordeling van zijn beroep. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Verweerder hoeft geen proceskosten te betalen.
De uitspraak is op 7 maart 2024 in het openbaar gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier W. van Loon. Tegen deze uitspraak kan binnen één week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.