ECLI:NL:RBDHA:2024:3429
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming vreemdeling
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 7 februari 2024 waarin aan hem is meegedeeld dat zijn tijdelijke beschermingsstatus per 4 maart 2024 eindigt. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat hij zijn tijdelijke bescherming en de daarbij behorende voorzieningen kan behouden gedurende de behandeling van het beroep.
De voorzieningenrechter oordeelt dat onverwijlde spoed aanwezig is omdat de bescherming na 4 maart 2024 stopt en het beroep niet tijdig kan worden behandeld. Het belang van verzoeker om de voorzieningen te behouden weegt zwaarder dan het belang van verweerder om de bescherming direct te beëindigen.
Daarom wordt het bestreden besluit geschorst tot uitspraak op het beroep. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst tot uitspraak op het beroep en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.